Sail-Point Logo
Header Verkenningen.


30

juni

2012

In deze serie artikelen brengen wij schepen en eigenaren naar voren die hun leven met het schip verbonden hebben. Deze bijzondere schepen hebben een eigen, vaak goed gedocumenteerde, historie. In elk geval zijn zij zo bijzonder, dat wij hen graag onder uw aandacht brengen.

Ditmaal uw aandacht voor de Boeier Mientje. Eigenaar Maarten Vermeulen nam het schip in 1994 van zijn vader over. Zijn doel; "Haar in goede staat doorgeven aan de volgende generatie."



De Boeier Mientje 100 jaar

Davine, later Mientje, 1912, archief.

Al sinds de 15e eeuw komen we de naam boeier tegen. Onder de kust zeilende, overnaadse kromstevens, boven het berghout flink opgeboeid tegen overkomend water en op het achterdek een hoge opbouw. Eerst met een razeil, later een smak of sprietzeil en tenslotte met een boeiertuig: grootzeil met kromme gaffel en losse broek en fok. De Rouaanse boeiers brachten de hele 17e en 18e eeuw wijn naar ons land. In onze scheepvaartmusea zijn vele fraaie modellen bewaard gebleven:de Zeeuwsche boeier, het Amsterdamse kopjacht met als versiering een uitgesneden kop op het roer en de overnaadse Dordtse boeier.

De Friese scheepsbouwkundige F. N. van Loon tekende in 1838 het Zeejagt van ’s Graveland. Het achterschip is gepiekt, want er moest een bun ingebouwd worden. Eeltje Taedzes Holtrop bouwde haar in IJlst. Zijn kleinzoon Eeltje Holtrop van der Zee bouwde in 1860 voor 2800 gulden de Henriette Elisabeth voor J. A. Vos te Dordrecht. Een enorme prijs voor die jaren, maar ook een prachtig werkstuk. Dit scheepje van 12.80 meter, wordt door de deskundigen de eerste echte Friese boeier genoemd..

We kennen allemaal het Friese statenjacht de Friso. Een metertje of tien lang, de romp is overal rond en de kimmen gaan naadloos over in het vlak. De gangen in kop en kont staan bijna haaks op de stevens en de zwaarden zijn breed en zo rond als een ei. De mast heeft geen bakstagen, op de kop zit een ijzeren botteloef met opsteker. Zij is uitbundig versierd met houtsnijwerk, bladgoud en ingehakte sierranden.

Mientje met eigenaar  B.J. de Vos, archief.

Opvolger Auke van der Zee uit Joure, J. Croles en Lantinga in IJlst en H. Bernhard in Nieuwendam bouwden mooie boeiers en ook de gebroeders Smit in Kinderdijk, maar nu in ijzer.

Ernst Wester verhuurde tjotters en deed veel reparatie werk aan Friese jachten en boeiers. In 1909 gaf de plaatselijke notaris hem opdracht voor een boeier, de Njord. Zij is sterk gepiekt en hoog gebouwd, vooral bij stevige wind een prijswinnaar. In 1912 bouwde hij waarschijnlijk voor eigen rekening weer een boeier, 8,20 lang en iets minder gepiekt. P.M.A. Bogaert, inspecteur bij de spoorwegen kocht haar en noemde haar Davine. Een vaste knecht deed het onderhoud, huisde in het vooronder en kookte daar op het kacheltje de maaltijd, die door de bediende in de kajuit werd uitgeserveerd. In 1918 nam de binnenvaart reder J.B.C. Touw uit Bergen op Zoom deze boeier over en ter ere van zijn vrouw, Wilhelmina, noemde hij haar Mientje. Hij zeilde veel en won regelmatig bij de wedstrijden van de Koninklijke roei en zeil vereniging de Maas, de Dordrechtse zeilvereniging en de Kaagweek. Hij deed ook vaak mee aan de Estafette tochten. Zonder gebruik van de motor moest je een aantal vaste Zeeuwse havens aandoen en opgegeven boeien ronden en dan zo snel mogelijk terug. Goede kennis van de banken en onbetonde geultjes was een voordeel en natuurlijk maakte je gebruik van het getij. Sommigen zeilden ook een stuk over zee. Je mocht ook ’s nachts doorzeilen, maar tussen 10 uur ’s avonds en 4 uur ’s morgens waren bijzeilen verboden.

Met scherpe jachten kun je zulke leuke tochten niet maken, maar toch werden ze snel populair. De boeier werd aan E. Milpasa in Antwerpen verkocht. Zij lag daar jaren op de wal, totdat scheepstimmerman en modelbouwer René Andries haar onder zijn hoede nam en in 1953 begon met grondig herstelwerk. In 1957 kwam ook voor het eerst een motor aan boord, een Stuart benzinemotor van 8 pk. L. Nielsen, J.B. de Vos, J. van Iperen en L.M. Bonnike hebben de boeier in bezit gehad en in 1967 kocht H.A.M. Vermeulen, huisarts te Made, de Mientje. “Onze boeier lag altijd in Drimmelen”, vertelt zoon Maarten Vermeulen.”Samen met mijn broers en zusters zeilden we vaak in de Biesbosch of Zeeland. Maar ook gingen we wel naar Friesland of het Wad. Je hebt binnen geen stahoogte, maar vroeger was je met minder tevreden. Ik leerde zeilen bij De Nederlandse Zeilschool aan de Kaag. Later ben ik ook zeilles gaan geven, nu doe ik dat nog bij zeilschool De Biesbos in Drimmelen en de Stichting Stamboek Ronde en Platbodem jachten. Ook ik ben huisarts geworden en in 1994 nam ik de Mientje van mijn vader over”.

“Elke boeier is uniek, ze werden op het oog en met de hand gebouwd. De Mientje heeft een kielbalk van 10 centimeter breed en 6 centimeter hoog, de bodem is over de hele lengte gepiekt en de zijwaring loopt langs de kuip door. Op de kluisborden, beretanden, de kajuitrand en de hennebalk zit fraai snijwerk en het roer wordt bekroond met een vergulde leeuw”.

Boeier Mientje, Reunie VSRP, Enkhuizen.

“Ik heb nauwelijks iets veranderd aan het schip, de ballast van broodjes ijzer heb ik er wel uitgehaald. Ze zeilt nu nog beter en als je alle zeilen goed hebt staan, kan je haar met je pink sturen. Vaak zeilen we hier in Zeeland mee bij de Van Loon hardzeildagen, maar helaas, een grote hoogaars houden we niet bij. De reünie van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodem jachten is ook vaste prik. Het leukste is natuurlijk babbelen met andere boeier eigenaren en vaak ken je elkaar al jaren. Deze scheepjes blijven vaak lang in één familie”.

“Zo’n scheepje moet je natuurlijk goed onderhouden. Om de vier jaar gaat zij bij Pier Piersma in Heeg op het droge en er moet wel eens een nieuwe gang in, deze winter is de steven vernieuwd. Dat kost natuurlijk wel wat, maar als je bedenkt, hoe vaak we aan boord zijn of zeilen, dan valt dat weer reuze mee. Mijn vrouw en ik voelen ons een soort rentmeester en willen haar in goede staat doorgeven aan de volgende generatie. De Mientje is dit jaar 100 geworden.”

De Boeier Mientje

  • In 1912 gebouwd op de werf van Ernst Wester in Grouw.
  • Lengte 8,20 meter, 2,91 breed en diepgang 0,72 meter.
  • Zeiloppervlak, grootzeil en grote fok 57,4 m2.
  • Motor 3 cilinder Yanmar van 27 pk.


ingezonden door Hajo Olij